Familiebedrijven doen net zo graag zaken in het buitenland als elk ander bedrijf. Toch zijn ze onderscheidend in de manier waarop ze het aanpakken, en daarmee hebben ze een voorsprong op anderen. ‘Vertrouwen’ is het toverwoord. En ook in het buitenland gaan familiebedrijven voor de lange termijn, zegt hoogleraar Pursey Heugens.

Prof. dr. Pursey Heugens (44)

is hoogleraar Organisatiekunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Hij is verbonden aan het Erasmus Centre for Family Business dat sinds 2013 onderzoek doet naar familiebedrijven.

Goed gefundeerd

Al bijna 75 jaar legt Van ’t Hek overal ter wereld funderingen en damwanden aan. Van een bouwkuip rond het Rijksmuseum tot een kademuur in Nigeria: op de grens van land en water floreert het bedrijf. “Ondernemen is een werkwoord, zeggen we hier altijd.”

Opgericht: 1945

Medewerkers: 360

3e gereratie

Omzet: € 120 mln

Plaats: Zuidoostbeemster

“Nederlandse bedrijven hebben een goede reputatie op het gebied van waterbouw. Daar profiteren wij ook van”

Algemeen directeur Ted van ‘t Hek: “Onze opa is dit bedrijf in 1945 begonnen, nu bijna 75 jaar geleden. Het had toen weinig om het lijf: een man met één omgebouwde heimachine. Inmiddels hebben we een omzet van 120 miljoen en hebben we 360 mensen in dienst. We doen prachtige projecten, van het Rijksmuseum tot de Noord/Zuidlijn. Na 2008 kregen we net als veel andere bedrijven in de bouw flink last van de crisis. Dat viel samen met onduidelijkheid over de zeggenschap: wie beslist hier nou? We hadden een blik van buiten nodig, dus we hebben een extern adviseur aangetrokken. Die zei: ik zie volop kansen om kosten te besparen en weer te groeien, maar dan moet eerst de structuur duidelijk zijn. Toen hebben we dat in een paar maanden aangepakt. En toen werd ook duidelijk dat er voor ons veel kansen in het buitenland liggen. Nederlandse bedrijven hebben een goede reputatie op het gebied van waterbouw. Daar profiteren wij ook van”

“Als het goed voelt, stap ik op het vliegtuig”

Bart van ’t Hek, verantwoordelijk voor de internationale activiteiten: “Tot die adviseur kwam, deden we weleens wat losse klussen in het buitenland, maar binnen de familie was niet iedereen daar altijd even enthousiast over. Moeten we dat wel doen, is er niet te veel risico, kun je die mensen daar wel vertrouwen? Maar die adviseur keek eens goed naar de cijfers en zei: waarom ga je je daar niet meer op richten? Ik ben altijd op zoek naar nieuwe kansen, dus dat zag ik wel zitten.

Het begon met de verkoop van machines aan het buitenland, nu nemen we volledige projecten aan. Soms werken we voor Nederlandse aannemers die een buitenlands project doen, maar we zijn ook in Egypte aan de slag voor een Belgische baggeraar. Of voor een Italiaanse aannemer in Congo. Veel aanvragen beoordeel ik op gevoel. En als het kansrijk lijkt, stap ik op het vliegtuig.”

Lees ons verhaal en 5 andere inspirerende cases in het Familiebedrijvenboek ‘Grensverleggend’

Zes grote Nederlandse familiebedrijven vertellen in dit boek over hun onderneming en hoe zij, elk op hun eigen unieke manier, het buitenland veroveren. Benieuwd naar hun verhalen en de gedetailleerde resultaten van het onderzoek naar internationalisering van familiebedrijven? Vraag dan het boek aan via onderstaande button.

Deel deze pagina via