OVER

HET ONDERZOEK

Bart Knaapen, elfde generatie en directeur van KnaapenGroep

De inzichten die in deze uitgave worden gerapporteerd zijn gebaseerd op twee recente studies van het ECFB. 

Deze publicatie is gebaseerd op een tweetal studies verricht onder leiding van prof. dr. Pursey Heugens, hoogleraar en directeur van het Erasmus Centre for Family Business aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam en dr. Marc van Essen, universitair hoofddocent aan de Darla Moore School of Business van de Universiteit van South Carolina (Verenigde Staten; Marc.Vanessen@moore.sc.edu). De data voor deze studies is afkomstig van verschillende secundaire bronnen, namelijk NRG Metrics (om familiebedrijven te identificeren en om de samenstelling van raden van bestuur en toezicht te achterhalen), Factset (financiële gegevens en controlevariabelen), Wharton Research Data Services (beurskoersen), en Orbis (voor financiële en andere gegevens over private familiebedrijven). De eerste en voor deze publicatie belangrijkste studie onderzoekt de relatie tussen ondernemingsleeftijd, strategisch gedrag, en bedrijfsresultaten van 6.500 beursgenoteerde ondernemingen tussen 2007 en 2015. Er is sprake van een zogeheten ongebalanceerde paneldataset met in totaal 28.716 observaties (een ‘observatie’ is een meetpunt van alle opgenomen variabelen voor onderneming x in jaar y). Van deze observaties zijn er 9.142 geïdentificeerd als familiebedrijf (31,8%). Een onderneming wordt in deze studie aangemerkt als familiebedrijf wanneer (de familie van) de oprichter nog aandelen in de onderneming bezit, of wanneer de oprichter, een directe afstammeling, of een ander familielid een zetel inneemt in de raad van bestuur of in de raad van toezicht van de onderneming (Anderson & Reeb, 2003, 2004). Belangrijk is echter om te vermelden dat onze resultaten stabiel zijn wanneer andere gangbare definities van het begrip ‘familiebedrijf’ worden gebruikt. Voor onze regressieanalyses gebruikten wij de robuuste en conservatieve fixed effects estimator, met fixed effects voor land, industrie, en jaar. De achterliggende descriptieve analyses en de regressietabellen zijn desgewenst op te vragen bij de onderzoeksleiders. Een tweede, aanvullende studie is verricht onder de zogeheten Hénokiens, een selecte groep van familiebedrijven van ten minste 200 jaar oud. Gebruikmakend van set-theoretische methoden en Booleaanse algebra worden in deze studie zowel groei als stagnatie verklaard vanuit combinaties van factoren als multigenerationeel leiderschap, immateriële activa en radicale veranderingen van het bedrijfsmodel. De achterliggende uitkomsttabellen zijn eveneens op te vragen bij de onderzoeksleiders.

Meer weten?

BDO en Rabobank werken veel samen met familiebedrijven. Daardoor weten wij niet alleen door onze kennis, maar ook uit ervaring welke thema’s er bij deze ondernemers spelen. Aan de hand van ons klantcontact maken wij inzichtelijk met welke diensten en specialisten we uw familiebedrijf het best kunnen ondersteunen. Neem voor meer informatie contact op met:

Drs. Joost Vat MFSME

Partner BDO

Organisatieadvies/ Familiebedrijven

Tel: +31 (0)30 284 99 60

joost.vat@bdo.nl

Drs. Mirelle Pennings

Directeur Commercial Banking, Rabobank Tel: +31 (0)88 723 01 99 mirelle.pennings@rabobank.com

Prof. dr. Pursey Heugens

Erasmus Centre for Family Business

Rotterdam School of Management,

Erasmus University

www.rsm.nl/people/pursey-heugens

Tel: +31 (0)10 408 20 05 pheugens@rsm.nl

Bronnen

Anderson, R. C., & Reeb, D. M. (2003). Founding family ownership and firm performance: evidence from the S&P 500. The journal of finance, 58(3), 1301-1328.

Anderson, R. C., & Reeb, D. M. (2004). Board composition: Balancing family influence in S&P 500 firms. Administrative science quarterly, 49(2), 209-237.

Wilt u graag op de hoogte gehouden worden van relevante informatie voor familiebedrijven - en dan bedoelen we alleen van onderwerpen die u interesseren?