Eén grote

familie?

Familiebedrijven laten zich er vaak op voorstaan dat zij hun werknemers zien als onderdeel van hun uitgebreide familie. Maar is dat ook de beleving van hun medewerkers? En wat kunnen familiebedrijven doen om een (nog) betere werkgever te worden?

Bij veel familiebedrijven is het een bekend fenomeen: vrolijke anekdotes aan de borreltafel over werknemers die al decennialang met veel plezier voor de onderneming werken. Deze collega’s belichamen de prettige zekerheid die werknemers binnen veel familiebedrijven ervaren. Wie er in dienst treedt, zou zomaar verzekerd kunnen zijn van een baan voor het leven, is dan de achterliggende boodschap. Een prettige plek om een groot deel van je carrière door te brengen. Dat is nog altijd het imago dat veel familiebedrijven hebben, zo bleek bijvoorbeeld uit eerder onderzoek van de Universiteit Nyenrode*. En dat is veelzeggend, in een tijdperk waarin flexcontracten en jobhoppen aan de orde van de dag zijn.


Familiebedrijven bezitten dus nog altijd een aura van compassie en medemenselijkheid. Zeker in vergelijking met niet-familiebedrijven, die in de ogen van het publiek soms toch als meer ‘zakelijke’ werkgevers te boek staan. Werknemers die ziek worden, of te maken krijgen met een persoonlijke tegenslag, zijn beter af in een familiebedrijf, althans, dat is het imago. Doordat ze geen last hebben van jachtige aandeelhouders die voortdurend hameren op een stijgende beurskoers, hebben familiebedrijven meer rust en ruimte om goed voor hun medewerkers te zorgen. Terwijl bij niet-familiebedrijven werknemersrechten vooral gezien zouden worden als obstakels op het pad naar winstmaximalisatie. Het is daarom ook geen toeval dat binnen familiebedrijven vaak geroepen wordt dat de onderneming voor werknemers aanvoelt als ‘één grote familie’.


Maar de realiteit blijkt heel anders. Ondanks dat positieve imago hebben familiebedrijven het bijvoorbeeld niet altijd gemakkelijk op de arbeidsmarkt. Bij veel schoolverlaters en recente afstudeerders staan familiebedrijven niet in de top van hun keuzelijstjes. In tijden van arbeidsmarktkrapte lijken familiebedrijven eerder schaarste te ervaren dan de andere vragende partijen. Werknemers kiezen eerder voor een baan bij een corporate of een potentieel lucratief bestaan als zelfstandige, zo lijkt het. Het lijkt soms wel alsof potentiële werknemers willens en wetens voorbijgaan aan de kwaliteiten van het familiebedrijf als werkgever. Dat is overigens niet alleen een probleem voor familiebedrijven, ook andere ondernemingen in het mkb hebben soms moeite om voldoende talent aan te trekken.

“Familiebedrijven bezitten een aura van compassie en medemenselijkheid, maar de
realiteit ligt genuanceerder

Het roept wel de vraag op in hoeverre het beeld van het familiebedrijf als voorbeeldige en betrokken werkgever terecht is. Het Erasmus Centre for Family Business (ECFB), verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, heeft hiernaar uitgebreid kwantitatief onderzoek verricht. In dit onderzoek zijn de ‘management practices’ op het gebied van werkgeverschap in kaart gebracht van duizenden ondernemingen uit 37 landen, waaronder Nederland. Investeren familiebedrijven voldoende in hun werknemers? Bieden zij hen voldoende kansen? Hebben de keuzes die zij als werkgever maken gevolgen voor hun financiële prestaties? Maakt het uit of het bedrijf geleid wordt door een familielid of door een externe CEO? En hoe presteren Nederlandse familiebedrijven in vergelijking met hun tegenhangers in het buitenland?


In deze publicatie geven wij antwoord op al deze vragen. Het onderzoek levert enkele belangrijke nieuwe inzichten op die we in het volgende hoofdstuk op een rij zetten. Het afsluitende hoofdstuk bevat een aantal tips die familiebedrijven kunnen helpen meer te profiteren van hun kwaliteiten als werkgever.

* Bron: Flören, R.H., Jansen, S.F. & Berent-Braun, M.M. (2015).

en het familiebedrijf. Een onderzoek naar het gebruik van de krachten van het familiebedrijf in de communicatie. Baker Tilly Berk NV/ING/NPMCapital/Nyenrode Business Universiteit, 34-37.

FAMILIEBEDRIJVEN WERELDWIJD

Wereldwijd is gemiddeld 32% van de ondernemingen in familiehanden. Maar de verschillen tussen landen zijn groot. Nederland zit in de Europese middenmoot. Dit is de top-10 van landen met procentueel de meeste familiebedrijven, zowel in Europa als wereldwijd.

Europese top-10

Klik op de cijfers en bekijk de top 10

Wereld top-10