VOYS

CONTROL

Het Groningse telecombedrijf Voys van Mark Vletter (38) kent geen managers. Wie salarisverhoging wil, moet aan zijn collega’s vragen of dat terecht is.

‘Dag, Mark,’ zo stelt Vletter zich voor aan een nieuwe medewerker die hij tijdens een korte rondleiding tegenkomt. ‘Wat kom je hier doen?’ ‘Werken,’ antwoordt de verse kracht. ‘Mooi! Nou, succes.’ Hoewel Vletter nog steeds de enige eigenaar is van Voys, houdt hij zich niet meer bezig met het personeelsbeleid. Sollicitatieprocedures laat hij over aan de collega’s die met de nieuwe persoon moeten samenwerken. De activistische ondernemer houdt naast Voys nog twee door hem opgerichte bedrijven onder zijn hoede, VoIPGRID en Devhouse Spindle, en hij zoekt met zijn stichting naar een mogelijkheid om de 48 procent van de mensheid zonder communicatiemiddelen te helpen.

Voys houdt zich bezig met online telefooncentrales voor bellen via internet voor bedrijven, de andere bedrijven verkopen de techniek daarachter. ‘Bellen via internet is flexibeler, en de kosten zijn veel lager, vooral de operationele kosten,’ stelt Vletter. ‘We kunnen ook grootzakelijke functionaliteit aanbieden aan het mkb. Zoals bellen vanuit je browser, zodat je geen toestel meer nodig hebt, of een app voor op de smartphone, of integratie met systemen van derden, zodat je meteen kan zien wie belt.’


FLOPS

Geld verdient het bedrijf aan de aansluitkosten, de verkoop van de bijbehorende hardware, een maandelijks abonnement en de telefoontikken. De kiem voor het bedrijf legde Vletter in 2004, op dat moment werkte hij met drie andere studenten informatica bij TNO. ‘Dat had veel technologie op de plank liggen, en het vroeg aan groepjes studenten: “Bedenk eens wat je met deze techniek kan.” We hebben verschillende dingen geprobeerd die allemaal flopten. Omdat we binnen dat grote TNO moeilijk te vinden waren - bij de receptie hadden ze geen idee waar we mee bezig waren - hadden we om goed telefonisch bereikbaar te zijn zelf een online telefooncentrale gebouwd. Technisch directeur Mark Götz van Speurders, een tegenhanger van Marktplaats, zag tijdens een presentatie dat ik de telefoon kon in- en uitloggen zodat ik wel of niet bereikbaar was. Hij zei: “Hier moet je meer mee doen.” En dat hadden die week al drie mensen tegen mij gezegd, dus zijn we steeds meer gaan focussen op dit product.’

In 2006 ging Voys zelfstandig verder buiten TNO. Na een korte omzwerving via Den Haag, streek het bedrijf neer in Groningen, waar Vletter studeerde. ‘Mijn vrouw kreeg hier een baan, dat was de primaire reden. Groningen is een heel fijne plek om te wonen en te leven. Er zijn hier veel internetbedrijven en er is veel jong talent te vinden. Het is ook een stad waar mensen elkaar veel gunnen. Netwerken zijn op een leuke manier met elkaar verbonden.



`ER IS
WERELDWIJD
GEEN
TELECOMPROVIDER
MET EEN
HOGERE
KLANT-
TEVREDENHEID’


LANGZAAM

Ondanks het enthousiasme van experts als Götz, duurde het jaren voordat bellen via internet doorbrak, vertelt Vletter. ‘We raakten ons product aan de straatstenen niet kwijt, de wereld was nog niet klaar voor internettelefonie. In het eerste jaar groeiden we van 2 naar 42 klanten, na drie jaar zaten we op 600. Nu sluiten we per maand zo'n 500 à 600 bedrijven aan.’

De omslag kwam in 2010, midden in de crisis. Bedrijven schakelden massaal over op internettelefonie als simpele manier om kosten te besparen. ‘Het is heel goedkoop om met deze technologie te bellen. Het is heel flexibel, we waren de eerste aanbieder die met dagcontracten begon. We zijn transparant over de kosten, al onze tarieven staan online, dat hadden andere partijen toen nog niet. We focusten op de klanttevredenheid, en dat doen we nog steeds. Er is wereldwijd geen telecomprovider met een hogere klanttevredenheid.’


MARK VLETTER

Geboren: 1980 Rheden
Studie: Bedrijfskundige informatica, Hanzehogeschool Groningen
Oprichter: Voys in 2006, VoIPGRID in 2010, Devhouse Spindle 2014
Huidige functies: Chef leuk werk bij Voys, Head Nerd bij Devhouse Spindle, gastdocent bij o.a. de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en de Hanzehogeschool in Groningen.

DRIVE

Behalve dat klanten tevreden zijn, richt Vletter zich er ook sterk op dat iedereen ‘leuk werk’ moet hebben bij zijn bedrijven. Al sinds 2008 zoekt hij daarom naar bestuursmechanismen die dat bewerkstelligen. ‘Daniel Pink heeft een boek geschreven, Drive, over de drie dingen die zin in werk geven: ten eerste autonomie, ten tweede meesterschap, dat je je kan verbeteren, en ten derde purpose, dat iemand kan bijdragen aan iets groters dan zichzelf. Als je voor die dingen kan zorgen, dan krijg je collega's die drive hebben. Als je dat kan faciliteren, heb je een heel veilige werkplek, waar mensen hun authentieke zelf kunnen zijn.’

De bedrijven van Vletter hebben daarom bijvoorbeeld geen managers. ‘In 2012 werd Voys zo groot, meer dan dertig medewerkers, dat de boekjes zeiden dat het moest. We hebben geëxperimenteerd met managers, teamleiders noemden wij ze, maar we zijn er onmiddellijk weer mee gestopt. Het tastte enorm de gelijkwaardigheid binnen het bedrijf aan, en dat was nou juist iets waarom mensen hier graag werken. En mensen zonder verstand van zaken gingen zich bemoeien met dingen waar anderen inhoudelijk veel meer van wisten. Ervaring, kennis en kunde, daar moet het om gaan.’


HOLACRACY

In 2015 voerde Vletter de ideeën uit de ‘holacracy’ in bij zijn bedrijven. ‘Sociocratie is een Nederlandse uitvinding, een idee uit de jaren zeventig,’ legt Vletter uit. ‘Holacracy heeft dat idee gepakt en er een systeem omheen ontwikkeld, met bepaalde vergaderformats en dergelijke die ze weer uit andere systemen hebben geleend. Dat hebben ze op zijn Amerikaans vercommercialiseerd, met certificeringen en trainingen. De kern van het gedachtegoed is dat voor iedereen helder is waarvoor de organisatie staat, en je probeert iedereen in staat te stellen om zijn rol daarin zo goed mogelijk te vervullen. Het is daarbij belangrijk dat mensen autonoom kunnen handelen, en beter kunnen worden in de rol die ze hebben, dat ze beslissingsbevoegd zijn om geld uit te geven of middelen aan te spreken. Dat zorgt voor meer drive, en uiteindelijk gaan mensen daardoor gelukkiger naar hun werk.’



`HET IS
BELANGRIJK
DAT MENSEN
AUTONOOM
KUNNEN
HANDELEN’


BIJSTUREN

Wat zijn de voordelen voor eigenaar Vletter van dit systeem? Hij houdt vooral tijd over want veel zaken die een DGA normaal zou doen, werkverdeling, investeringen of salarissen, hoeft hij niet te doen, dat lossen zijn bedrijven uit zichzelf op. ’Holacracy legt heel duidelijk vast wie waarvoor verantwoordelijk is,’ vertelt Vletter. ‘Je maakt inzichtelijk waar iedereen mee bezig is, dus aan welke projecten gewerkt wordt, en je zet daar een heel duidelijke matrix tegenover. Dus het is inzichtelijk en meetbaar voor iedereen want alle data is publiek voor de collega’s. Wie is waar verantwoordelijk voor? Waar is die persoon mee bezig? En is dat succesvol ja of nee? Dat is voor de hele organisatie inzichtelijk en dat werkt heel goed. Als iedereen kan zien wat er gebeurt, kunnen anderen daar kritisch op handelen en bijsturen of helpen.’

Medewerkers zijn zelf bevoegd investeringen te doen tot 50.000 euro zonder dat daarover vergaderd wordt. ‘Als iemand mij vertelt dat een nieuw datacenter of een nieuwe server nodig is vanwege redundantie, wie ben ik dan om te zeggen: “doen we niet”? Ik heb daar helemaal geen verstand van. Als een investering meer dan 50.000 euro vergt, dient een businesscase geschreven te worden waar collega’s naar kijken. Dat iedereen zelf zulke grote bedragen mag uitgeven is een grote verantwoordelijkheid, maar iedereen is in staat zelf de juiste beslissingen te nemen op basis van de juiste informatie.’


VOYS

Hoofdkantoor: Groningen | Opgericht: 2004 | Werknemers: 100 | Omzet 2017: 7 miljoen | Klanten: 25.000 | Kantoren: Groningen, Antwerpen en Kaapstad

Benieuwd wat uw mensen écht motiveert?

Komen ze elke dag vooral voor hun loonstrookje of hun leaseauto? Of maakt u ze blijer met goede ontwikkel- en carrièrekansen? De vraag stellen was simpel. Maar hoe vind je het juiste antwoord? Dat hebben we voor u onderzocht en samengevat in de publicatie ‘Wat willen mijn medewerkers eigenlijk…?’